Foto van titer in paspoort

Titeren om te bepalen of enten nodig is

Vanaf 1 januari  2019 heeft HCOW besloten om een geldige titerbepaling als voldoende bescherming te beschouwen. Deze moet door een dierenarts in het paspoort vermeld zijn.  Hieronder een  algemene uiteenzetting over titeren.  (Ziekte van Weil en Kennelhoest vallen niet onder deze bepaling en zullen apart jaarlijks moeten worden bijgehouden)

Wat is titeren?

Titeren is het bepalen van aanwezige antistoffen in het bloed. Aan de hand van de gevonden waardes kan de aanwezige bescherming in een mens of dier worden afgelezen en daar kan dan op gehandeld worden door, indien de waardes dat aangeven, te vaccineren. 

Het bepalen van de titerwaarde is niet nieuw, we kennen het van het titeren op Rabies. Maar er zijn meer entingen waarvan middels een titerbepaling kan worden vastgesteld of er nog voldoende antistoffen aanwezig zijn in het bloed; ook de antistoffen tegen Distemper (Hondenziekte), Hepatitis en Parvo kunnen zo worden vastgesteld. Hieronder een aantal van de meest gestelde vragen en antwoorden over titeren.

Wat is het en hoe werkt het precies?

Titeren betekent simpelweg dat er wordt gekeken of er antistoffen voor specifieke ziektes aanwezig zijn in het bloed. Zijn die antistoffen aanwezig, dan is er geen reden tot enting over te gaan. 
Als het lichaam geen antistoffen heeft en er wordt een enting gegeven, dan maakt het lichaam antistoffen aan, net als bij een werkelijke besmetting van de ziekte. Er worden als het ware gecontroleerd antistoffen aangemaakt door een infectie na te bootsen. Raakt het dier nu werkelijk besmet met het virus in kwestie, dan “herkent” het lichaam het aanvallende virus en wordt het direct onschadelijk gemaakt. 

Hoe lang werkt een enting?

De fabrikanten geven aan dat hun vaccins gegarandeerd drie jaar werkzaam blijven.  Tenminste drie jaar, dat wil in de praktijk meestal zeggen dat het effectief langer is, maar dat moet eerst gemeten worden. Met een titerbepaling kan dat. 

Waarom zou ik niet gewoon enten?

Wanneer een dier geënt wordt terwijl er nog voldoende afweerstoffen in het lichaam aanwezig zijn, wat gebeurt er dan precies? Met de antistoffen gebeurt er niets; de enting slaat niet aan. Maar er gebeuren wel andere dingen: het immuunsysteem wordt aan het werk gezet en daardoor is het op dat moment minder alert op andere zaken. Oftewel: de afweer van de hond daalt tijdelijk waardoor de hond op andere gebieden meer risico loopt. Jeuk is bijvoorbeeld een ontregeling van het immuunsysteem die plotseling kan opspelen, maar ook andere dingen kunnen opeens tot uiting komen. Een rondwaaiend virus kan ook opeens meer kans krijgen bijvoorbeeld. Extra risico dus terwijl het positieve effect er totaal niet is; de hond is immers nog beschermd. En telkens als er nodeloos wordt geënt krijgt het immuunsysteem weer een onnodige tik.

Bijwerkingen van entingen

Vroeger werd er gedacht dat entingen geen kwaad konden, maar tegenwoordig horen we meer en meer over schadelijke bijwerkingen. 
De bijwerkingen verschillen van kleine ongemakken als spierpijn tot serieuze problemen als het triggeren van epileptische aanvallen. 
Om die risico’s zo klein mogelijk te houden is het aan te raden de vaccinaties zoveel mogelijk te beperken.

Waarom wordt er niet op Rabiës getiterd? 

Omdat dit ongeacht de uitslag (is overigens een heel andere test) een verplichte enting is en er niet door middel van een test hierop uitzonderingen worden gemaakt. Je zult dus t.a.t. over een geldige Rabiës Enting moeten beschikken indien de hond meegaat naar het buitenland. 

Waarom wordt er niet op Weil getiterd? 

Omdat Weil een bacteriële ziekte is, waarvoor geen titerbepaling mogelijk is. Voor een virusziekte kan dat wel. Deze enting zal jaarlijks herhaald moeten worden net als een kennelhoest enting. 

Hoe gaat titeren in zijn werk?

Er wordt een beetje bloed afgenomen en dat wordt in de Vaccicheck gedaan. Hoe snel de uitslag bekend is hangt af van de werkwijze van de dierenarts.

En als er dan geënt moet worden?

Dat kan in principe direct gebeuren. Een goede dierenarts zal zo passend mogelijk enten en daar ook duidelijk uitleg over geven.

En hoe zit het met pups? 

Pups dienen immers voldoende beschermd het nest te verlaten en dus is het standaard advies nog steeds enten op 6, 9 en 12 weken. Maar nu we weten wat de effecten zijn van die entingen en – in sommige gevallen – het ontbreken van die effecten, is het zinnig ook eens naar de pupentingen te kijken. Want pups krijgen biest van hun moeder en zoals elke fokker weet bevat die biest de maternale afweer die elke pup nodig heeft. 
De theorie zegt dat als de maternale bescherming is uitgewerkt, de DHP-enting kan worden gegeven. Zijn er nog maternale antistoffen aanwezig bij de pup, dan zal de enting niet aanslaan.
Omdat dit vroeger niet meetbaar was namen dierenartsen het zekere voor het onzekere en werd er geënt op zes, negen en twaalf weken. Dan was er altijd wel eentje die aansloeg en was de hond beschermd. Maar dat meten, dat kan nu dus wel en zo kan de enting worden aangepast aan de pup. 

Waar kan een titerbepaling worden gedaan?

Er komen steeds meer dierenartsen bij die titeren. Kijk op internet of vraag het je dierenarts.

Is een titerbepaling ook geldig in het buitenland? 

Wanneer een hond naar het buitenland gaat is in ieder geval minimaal een Rabiësenting verplicht. Kijk voor de verplichtingen op de diverse daarvoor bestemde sites, de ambassade van het betreffende land én informeer bij je dierenarts. Beter teveel geïnformeerd en goed voorbereid dan ter plaatse tegen problemen aanlopen met alle gevolgen van dien. Voor Rabiës is geen titerbepaling mogelijk voor verblijf in het buitenland.

 

 

 

 

 

 

 

Bron (nvsw.nl)